Ruimtelijke onderbouwing voor transformatie van voormalig Dorpshuis Driemond

Ruimtelijke onderbouwing voor transformatie van voormalig Dorpshuis Driemond

with Geen reacties

Het object Burgemeester Bletzstraat in Amsterdam, stadsdeel Zuidoost, betreft het Dorpshuis van Driemond, in eigendom bij de rechtsopvolger van woningbouwvereniging De Goede Woning, nu woningcorporatie Eigen Haard. De wijziging gaat plaatsvinden op de verdieping van het voormalige dorpshuis, thans in gebruik als kantoor en vergaderruimte.

Weltevreden heeft de ruimtelijke onderbouwing in samenwerking met EN Vastgoedadvies opgesteld. Er wordt verzocht om in het kader van de kruimelgevallenregeling het pand te transformeren, waarbij middels strijdig gebruik in een projectbesluit de functieaanduiding ‘woning’ aan de bestemming Maatschappelijk kan worden toegevoegd. Dit is reeds een bestaande aanduiding binnen het bestemmingsplan dat van toepassing is op het dorp Driemond.

Op de verdieping zal één appartement worden gerealiseerd. Als het aantal alleenstaanden toeneemt, stijgt de vraag naar kleinere woningen. Amsterdam vindt het daarom belangrijk dat woningvorming mogelijk is. Anderzijds streeft Amsterdam naar een woonruimtevoorraad met verschillende woningtypes, onder andere qua oppervlak, en vindt het niet wenselijk dat de woonruimtevoorraad voor een onevenredig aandeel bestaat uit kleine woningen. Dit plan sluit aan bij deze ambities, door een woning toe te voegen, zonder een bestaande woning daar voor op te delen.

De bestemming, functie en gebruik van het deel Maatschappelijk op de begane grond blijft behouden en deze ruimte wordt ingezet voor gebruik conform de bestemming. Doordat een woonfunctie op het maatschappelijke deel wordt toegevoegd, wat is toegestaan binnen het stimuleren van meervoudig ruimtegebruik en functiemenging, is in het kader van de milieuzonering, en in de daarvoor geldende regels in het bestemmingsplan, wel een beperking hoe de maatschappelijke ruimte op de begane grond kan worden ingezet.

Bij de afweging van de akoestische belangen van een bedrijf die onder het Activiteitenbesluit valt is de situatie anders dan bij een vergunningplichtig bedrijf. Er zijn geen akoestische milieubelangen die als normen in de vergunning zijn vastgelegd. Wanneer blijkt dat een bedrijf of de bedrijven ook na het realiseren van de nieuwe geluidsgevoelige bestemming, zoals woningen, nog aan de normen uit het Activiteitenbesluit kan of kunnen voldoen, dan wordt het niet in zijn belangen geschaad. Voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mag in die situatie veel dichter bij het bedrijf geprojecteerd worden dan het vroegere toetsingspunt (de dichtstbijzijnde bestaande geluidsgevoelige bestemming). Voor deze locatie is na de transformatie van de verdieping naar een woonfunctie enkel bedrijvigheid in de categorie A van de Staat van bedrijfsactiviteiten van het bestemmingsplan mogelijk.